Bij
Antwerp FC eindigde 2025 met een sportieve opflakkering, maar achter de schermen blijft de blik onrustig naar voren gericht. Niet zozeer om transfers, wel om de structuur van de club zelf. En vooral: om de rol van
Paul Gheysens op middellange termijn.
De wederopstanding van
Antwerp is onlosmakelijk verbonden met Gheysens. Toen de club begin deze eeuw wegzakte in tweede klasse, leek de weg terug lang. Pas toen de Ghelamco-topman — eerst discreet, later openlijk — zijn financiële rug rechtte, kwam de ommekeer. Met sportieve knowhow (eerst Luciano D’Onofrio, later Marc Overmars) en stevige investeringen groeide Antwerp uit tot een topclub, met titels, bekers en een moderne omkadering.
De rekening volgt altijd
Maar elk succesverhaal heeft een keerzijde. Jarenlang werden tekorten bijgepast door de voorzitter zelf. Dat model kraakt. De voorbije seizoenen moest
Antwerp besparen, wat meteen voelbaar was op het veld. De heropening van de vernieuwde Tribune 2 zorgt voor extra inkomsten, maar alleen dat volstaat niet om structureel competitief te blijven in een duurder wordende Jupiler Pro League.
Verkoop niet uitgesloten
Die realiteit voedt het debat. In een vooruitblik op 2026 sluit
Het Nieuwsblad niet uit dat Gheysens openstaat voor een verkoop. Afgelopen zomer zouden al verkennende gesprekken hebben plaatsgevonden met een geïnteresseerde partij, zonder concreet gevolg. Maar het signaal is belangrijk: de deur staat op een kier.
Of het om een volledige overname gaat, dan wel om een extra investeerder die het risico deelt, blijft onduidelijk. Zeker is wel dat het huidige model — één man die het verschil maakt — zijn limieten bereikt.