Het stormt in het Lotto Park. Terwijl
Anderlecht op het veld met een twee op twaalf kampt, groeit de kritiek op sportief directeur
Olivier Renard. Het voortijdige vertrek van huurling Yasin Özcan naar Besiktas legt een dieper probleem bloot: dure miscasts die de club sportief én financieel niets hebben bijgebracht. "De klok tikt genadeloos voor Renard."
Toen
Olivier Renard aantrad, beloofde hij "marktwaarde" te creëren. De realiteit van januari 2026 oogt echter een stuk somberder. Met het vertrek van Yasin Özcan is de eerste grote "Renard-transfer" officieel mislukt. De Turkse verdediger kostte de club naar schatting 700.000 euro aan huurgeld en loon, om vervolgens zonder enige impact via de achterdeur te verdwijnen.
Communicatieproblemen en tactische blunders
Intern valt te horen dat de scouting op cruciale punten faalde. Özcan, die het best tot zijn recht komt als centrale verdediger, werd vaak op de linksachter geposteerd. Bovendien zou de jonge Turk nauwelijks Engels spreken, wat de communicatie met
Besnik Hasi en de defensie onmogelijk maakte. Het roept de vraag op of de sportieve top dit project niet te rooskleurig heeft voorgesteld.
Naast Özcan ligt ook Mihajlo Ilic zwaar onder vuur. De Servische verdediger werd door analisten en kranten als een "catastrofe" bestempeld na zijn optreden in de beker. Net als Özcan lijkt hij de nodige ervaring en sturing te missen die een club in crisis nodig heeft. Terwijl Renard schermde met "lijstjes van grootste talenten onder de 20 jaar", schreeuwt de kleedkamer om direct inzetbare kwaliteit.
De gok op Sikan en Diarra
Renard speelt nu zijn laatste troeven uit met de komst van Danylo Sikan en Moussa Diarra. De Oekraïense spits en de Malinese verdediger moeten het tij per direct keren. Voor Renard is er geen marge meer: als deze aanwinsten niet "boenk erop" zijn, dreigt zijn verblijf in Brussel na amper drie mercato's al te eindigen.