Voor
Marc Coucke wordt 14 mei een sleutelmoment. Als RSC
Anderlecht de bekerfinale wint van Union SG, zou dat de eerste prijs zijn sinds zijn overname in 2018. Die symbolische waarde is moeilijk te overschatten.
Sinds zijn intrede kende Anderlecht een turbulente periode. Coucke gaf zelf aan dat hij bij zijn komst een financieel kerkhof aantrof. Intussen is de situatie gestabiliseerd, maar sportief blijft het zoeken naar continuïteit en succes.
Het contrast met de top blijft voelbaar. Anderlecht kan financieel niet wedijveren met clubs als Club Brugge, mede doordat het al jaren afwezig is in de Champions League. Zelfs Europees voetbal ontbrak dit seizoen, op een korte voorronde na.
Ook op bestuurlijk vlak was er weinig rust. Coucke zag meerdere trainers en sportieve verantwoordelijken passeren. Hij begon zelf als voorzitter, waarna Wouter Vandenhaute het overnam en vandaag Michael Verschueren die rol vervult. Stabiliteit bleef uit.
Een van de meest besproken episodes was de passage van Vincent Kompany. Hij werd met veel verwachtingen binnengehaald, maar vertrok uiteindelijk na een verschil in visie met toenmalig voorzitter Vandenhaute. Het typeert de voortdurende zoektocht naar de juiste koers.
Bekerwinst of nog meer onrust
De komende maanden worden opnieuw cruciaal. Met een nieuwe sportief directeur op komst en twijfel rond de positie van Jérémy Taravel, staat Anderlecht mogelijk voor een nieuwe herstructurering. Mocht ook volgend seizoen geen succes opleveren, dreigt de druk op Coucke verder toe te nemen. De achterban verlangt tastbare resultaten en geduld is geen onbeperkte factor in Brussel.
De bekerfinale biedt dus meer dan een sportieve kans. Het is een moment dat richting kan geven aan de toekomst van de club én aan de positie van Coucke. Zonder prijs dreigt de onrust opnieuw toe te nemen, met mogelijk verregaande gevolgen.