De kans lijkt steeds kleiner dat
Jérémy Taravel ook volgend seizoen nog de sportieve lijnen uitzet bij
Anderlecht. De verloren bekerfinale tegen Union was niet alleen een gemiste kans op een trofee, maar leek tegelijk nog eens bloot te leggen waar het de voorbije maanden structureel fout liep bij paars-wit.
Wie naar de cijfers kijkt, ziet weinig argumenten om het experiment te verlengen. Sinds Taravel als interim overnam, bleef Anderlecht steken op 18 punten uit 45. Dat is moeilijk te verkopen bij een club die elk seizoen verplicht wordt om mee te doen voor prijzen. Eén sterke prestatie op Antwerp bleek uiteindelijk onvoldoende om een echte ommekeer in te zetten.
Wat steeds vaker terugkomt rond Anderlecht, is het gevoel van stilstand. Op het veld ontbreekt duidelijkheid, automatismen lijken amper zichtbaar en ook de bekerfinale tegen Union bracht weinig beterschap. De Brusselaars oogden zoekende, terwijl de tegenstander net uitblonk in organisatie en intensiteit.
Binnen de club groeit daardoor stilaan het besef dat een nieuwe start moeilijk te vermijden valt. Antoine Sibierski staat voor een cruciale zomer en lijkt zich stilaan op te maken voor stevige beslissingen.
“We praten na het seizoen over de toekomst”, klonk het deze week al vanuit de club. Een uitspraak die veel ruimte laat voor interpretatie, maar tegelijk weinig geruststellend klinkt voor Taravel.
Intussen wordt bij supporters steeds vaker hardop dezelfde vraag gesteld: hoe lang kan Anderlecht nog blijven hopen op beterschap zonder fundamenteel in te grijpen?