Een verloren finale doet altijd pijn, maar bij
Anderlecht lijkt de teleurstelling dieper te zitten dan één gemiste trofee. Niet alleen omdat Union opnieuw de baas was in Brussel, wel omdat de wedstrijd volgens velen nog eens blootlegde hoe ver paars-wit vandaag verwijderd is van de absolute top in België.
Opvallend genoeg draaide de analyse achteraf minder om pech of details, maar meer om een ongemakkelijke vaststelling. Volgens commentator
Peter Vandenbempt kon Anderlecht zichzelf qua mentaliteit weinig verwijten, alleen bleek dat opnieuw onvoldoende. “Ze konden zichzelf nochtans niks verwijten op vlak van strijdlust en collectiviteit”, stelt hij bij
Sporza. “Maar paars-wit is een hele match nooit echt aan voetballen gekomen.”
Dat wringt des te meer omdat Anderlecht maanden toeleefde naar deze finale. De Brusselaars scoorden wel via een stilstaande fase, maar kwamen volgens Vandenbempt nooit echt in hun spel. “Het aanvalsspel was heel matig”, klinkt het scherp. “Het verschil in kwaliteit, klasse en métier was toch opnieuw groot.”
Misschien nog pijnlijker is de bredere context. Terwijl Union prijzen blijft stapelen en Club Brugge de titelstrijd domineert, blijft Anderlecht achter met vragen. “De kloof met Union en Club Brugge is echt enorm geworden”, oordeelde Vandenbempt onomwonden. De bekerfinale voelde daardoor niet als een losstaand incident, maar als een bevestiging van een tendens.
Ook enkele keuzes van coach Jérémy Taravel krijgen kritiek. Zo begreep Vandenbempt weinig van het feit dat Yari Verschaeren op de bank begon. “Tegen Gent bracht hij de ploeg nog aan het voetballen.”