De 2-5 zege tegen de Verenigde Staten leek op het eerste gezicht een overtuigende prestatie van de Belgisch nationaal voetbalelftal, maar achter de schermen bleef één detail knagen. Bondscoach
Rudi Garcia zag namelijk een zwakke plek die niet genegeerd kan worden.
Waar veel supporters vooral de doelpunten onthielden, keek Garcia naar iets anders: de stilstaande fasen. Net daar ging het meerdere keren mis. De Verenigde Staten creëerden gevaar na corners en vrije trappen, en konden zelfs scoren vanuit zo’n situatie.
Volgens de bondscoach is dat geen toeval. Hij wees erop dat een groot deel van de doelpunten in het moderne voetbal uit stilstaande fasen komt. “We moeten eraan werken, want het was niet goed”, gaf hij toe.
Terug naar meer verantwoordelijkheid
Opvallend is dat Garcia mogelijk een duidelijke koerswijziging overweegt. Experimenten zoals het hoog positioneren van Jérémy Doku bij stilstaande fasen lijken alweer op de schop te gaan.
De Fransman denkt eerder aan een systeem waarbij spelers individueel hun tegenstander dekken, in plaats van puur zones te verdedigen. Volgens hem zorgt dat voor meer verantwoordelijkheid op het veld, al erkent hij dat er ook gemengde vormen mogelijk zijn. Het probleem? Tijd. Bij een nationale ploeg is die er nauwelijks om zulke automatismen perfect in te slijpen.
Ook de rol van de doelman verandert
Garcia wees daarnaast op een opvallende evolutie in het moderne voetbal. “Keepers komen in het moderne voetbal steeds minder uit hun doel. Ze staan veel op hun lijn en rekenen op reflexen. Keepers die uitkomen in hun strafschopgebied om hoge ballen te plukken, zie je niet veel meer."
"Ik had ooit de Franse doelman Bernard Lama in mijn team en hij kwam tot in alle hoeken van zijn zestienmetergebied. Hij was een kat, hij ging de ballen halen. Vandaag de dag kan ik mijn keepers niet vragen om te doen wat ze niet gewend zijn. Omdat ze het niet bij hun club doen en hun trainers hen daar niet op trainen."