Spanje heeft zich na een zenuwslopende en intense finale in New York gekroond tot de nieuwe wereldkampioen. In een heroïsche clash tegen regerend kampioen
Argentinië trokken de Spanjaarden na verlengingen aan het langste eind: 1-0. Matchwinnaar werd goudhaantje Ferran Torres, die diep in de verlengingen de beslissende tik uitdeelde.
De wedstrijd begon uiterst tactisch en nerveus. Hoewel Spanje met tienersterren Lamine Yamal en Pau Cubarsi het initiatief opeiste en Argentinië-doelman Emiliano Martínez enkele keren warm hield, ontbrak het voor rust aan grote kansen. Ook Lionel Messi kon zijn stempel aanvankelijk niet drukken op de fysieke finale. De frustratie nam na de rust toe, gekenmerkt door felle opstootjes en blessureleed bij de Argentijnse defensie.
Het absolute kantelpunt van de finale volgde diep in de blessuretijd van de reguliere speeltijd. Argentinië-middenvelder Enzo Fernández pakte na een onbesuisde overtreding zijn tweede gele kaart, waardoor La Albiceleste met tien man aan de verlengingen moest beginnen.
Met een man meer voerde Spanje de druk in de verlengingen genadeloos op. Nadat een Spaans doelpunt eerst nog werd afgekeurd en Mikel Merino een huizenhoge kopkans miste, barstte het feest in de 106e minuut los. Nico Williams kopte een voorzet intelligent terug, waarna invaller Ferran Torres de bal staalhard hoog tegen de touwen jaste. Het tienkoppige Argentinië kwam nadien niet meer langszij. Spanje hield de nul en volgt Argentinië op als de koning van het mondiale voetbal.