Anderlecht staat aan de vooravond van een cruciale Europese vuurdoop. Donderdag reist de ploeg naar Zweden voor de confrontatie met Hammarby in de voorrondes van de Europa League. Een beladen trip, want de Brusselse herinneringen aan de Europese uitschakeling tegen Häcken vorig jaar zijn nog pijnlijk vers. De recente oefenzege tegen AZ geeft vertrouwen, maar trainer Vitor Bruno moet meteen improviseren met een verre van complete selectie.
Terwijl sportief directeur Antoine Sibierski achter de schermen nog volop aast op versterkingen, is de spoeling achterin flink dun door blessures van Ilay Camara, Lucas Hey en Killian Sardella.
Door de defensieve noodzaak lijken de kersverse zomeraanwinsten Giulian Biancone en Leo Pétrot centraal achterin meteen te mogen starten. Aan de rechterkant ligt de keuze open tussen de jonge talenten Basile Vroninks en Ali Maamar.
Niet alleen achterin, maar ook op het middenveld en in de aanvalslinie moet de Portugese coach keuzes maken. Nu Nathan Saliba en César Huerta pas net terug zijn van hun WK-verplichtingen, lijkt een basisplaats voor hen nog te vroeg te komen. Marco Kana start vermoedelijk als vaste controleur op de nummer zes, geflankeerd door Enric Llansana en Lukas Ambros.
"Het grootste vraagstuk bevindt zich echter op de flanken. Daar is nood aan vers bloed", zo analyseert Het Nieuwsblad. Bruno kiest bij gebrek aan extra transfers voorlopig voor de jeugd. Talenten als Joshua Nga Kana, Jayden Onia Seke en Noa Ojea klopten in de voorbereiding nadrukkelijk op de deur. "Zien we een van hen aan de aftrap tegen Hammarby?"
Of kiest Bruno voor meer gevestigde namen zoals Tristan Degreef en Adriano Bertaccini om diepe spits Danylo Sikan te bevoorraden?