Het sportieve departement van
Club Brugge balanceert momenteel op een flinterdunne koord tussen euforie en acute bezorgdheid. Enerzijds is er de historische mijlpaal in de bestuurskamer: met de spectaculaire transfer van Christos Tzolis naar Arsenal voor 40 miljoen euro doorbreekt blauw-zwart een magische grens.
Samen met de miljoenen voor Aleksandar Stankovic (23 miljoen, Inter) en de verwachte miljoenenklappers voor Joel Ordonez en Raphael Onyedika, stevent Club deze zomer vlot af op een absoluut inkomstenrecord van ruim 110 miljoen euro. De Brugse kassa rinkelt luider dan ooit.
Aan de andere kant van het Basecamp luidt trainer
Ivan Leko echter de alarmbel, zo weet
Het Laatste Nieuws. De weelde op de bankrekening staat in schril contrast met de leegloop op het trainingsveld. Met de Supercup in zicht is de as van de kampioenenploeg nagenoeg onthoofd. Mignolet, Stankovic en Tzolis zijn weg; Ordonez en Onyedika staan klaar om te volgen.
Het pijnpunt ligt bij de vervanging. Hoewel de scouting de voorbije jaren goudmijnen ontdekte voor een prikje, waarschuwt het sportieve management dat deze succesformule eindig is. Je kunt een CL-waardig elftal niet simpelweg heropbouwen met louter talenten in de prijscategorie van zes miljoen euro, zoals de nieuwkomers Vasovic en Tsawa.
Club zal ook inkomend records moeten breken om de sportieve ambities, en de cruciale Champions League-inkomsten van volgend jaar, veilig te stellen. De prestige van verkopen aan Arsenal en Inter vergroot de Brugse slagkracht op de markt, maar de klok tikt genadeloos voor Leko.