Terwijl de voorbereidingen voor het wereldkampioenschap voetbal in Noord-Amerika in volle gang zijn, hangt er een donkere schaduw boven Groep G. Door de escalerende oorlog tussen Iran enerzijds en Israël en de Verenigde Staten anderzijds, wankelt de deelname van "Team Melli". Voor de Rode Duivels, die op 21 juni 2026 in Seattle tegen Iran geprogrammeerd staan, rijst de vraag: wie verschijnt er straks echt aan de aftrap?
De situatie is uniek en precair. Iran moet zijn groepswedstrijden afwerken in Los Angeles en Seattle — nota bene op het grondgebied van een land waarmee het officieel in oorlog is. De spanningen waren al voelbaar tijdens de WK-loting in Washington afgelopen december, toen de Iraanse delegatie nauwelijks visa kreeg. Nu de wapens spreken, lijkt de veiligheid van de spelers en supporters onmogelijk te garanderen. FIFA-secretaris-generaal Mattias Grafström benadrukte dat veiligheid prioriteit nummer één is; als die niet gewaarborgd kan worden, volgt uitsluiting.
Mocht Iran worden uitgesloten of zich terugtrekken, dan wijst het FIFA-reglement meestal naar het best geklasseerde land uit dezelfde continentale zone (AFC) dat zich net niet plaatste. In dit scenario schuift Irak naar voren als de meest logische vervanger, zo weet Het Nieuwsblad.
Irak zit momenteel in de intercontinentale play-offs en speelt op 31 maart een beslissende match tegen de winnaar van Bolivia-Suriname. Als de FIFA de lijn van het EK 1992 doortrekt — toen Denemarken last-minute het uitgesloten Joegoslavië verving en prompt Europees kampioen werd — zou Irak rechtstreeks in de groep van de Belgen kunnen belanden. Een alternatief scenario is dat de Verenigde Arabische Emiraten profiteren, al wordt Irak sportief gezien als de rechtmatige opvolger.