Het is een terugkerend refrein in de Belgische voetbalwereld.
Club Brugge-voorzitter Bart Verhaeghe windt er al jaren geen doekjes om: het Jan Breydelstadion is versleten en de nood aan een nieuwe voetbaltempel is hoog.
De voorzitter noemt de huidige thuishaven van Blauw-Zwart zelfs een “sterfhuis” waarin elke investering weggesmeten geld is. Maar hoe ernstig is de situatie nu écht achter de schermen van het iconische stadion in Sint-Andries?
De harde realiteit is dat de tand des tijds diepe sporen heeft achtergelaten. Jan Breydel, gebouwd in de jaren 70, voldoet op nagenoeg geen enkel vlak meer aan de moderne normen van een topclub. Supporters en bezoekers worden geconfronteerd met structurele problemen die de grens van het comfort ver overschrijden.
Vochtplekken en hardnekkige schimmel op de muren zijn inmiddels schering en inslag in de gangen en het bezoekersvak. Daarnaast kampt de infrastructuur met lekkende daken, loskomende leidingen en een verouderd sanitair systeem dat regelmatig voor een indringende rioolstank zorgt.
Erger nog dan het gebrek aan comfort zijn de structurele mankementen aan het bouwwerk zelf. Er is sprake van betonrot en aan de zuidkant van het complex zijn er concrete verzakkingen vastgesteld. Zowel de stad Brugge als de federale overheid hebben de club in het verleden al gewezen op de veiligheidsrisico's van verdere uitbating zonder ingrijpende vernieuwingen.
Ieder jaar wordt het lastiger voor Club
Het stadion vormt daarnaast een sportieve en financiële blok aan het been. Het wordt voor Club Brugge elk seizoen een grotere huzarenstukje om de site Europees speelgerechtigd te krijgen. De UEFA hanteert immers strenge regels rondom VIP-faciliteiten, persruimtes en veiligheid, criteria waar Jan Breydel simpelweg niet meer aan kan voldoen.
Hoewel de plannen voor een hypermodern stadion met minder mobiliteits- en milieuoverlast al jaren klaarliggen, blijft het dossier door procedures van een handvol buurtbewoners steken in een juridisch moeras. Ondertussen tikt de klok onverbiddelijk verder voor een stadion dat letterlijk op zijn laatste benen loopt.