Terwijl de Bosuil nog natrilt van een rampzalig seizoen — waarin
Antwerp roemloos op de elfde plaats strandde — richt directeur voetbalzaken Marc Overmars zijn blik resoluut op de toekomst. De allereerste zomertransfer is in kannen en kruiken: Carlos Daniel Mejía.
De transfersom doet menig wenkbrauw fronsen. Volgens transferspecialist Fabrizio Romano legt de Great Old maar liefst twee miljoen euro neer voor een speler die momenteel in de Kroatische derde klasse voetbalt bij NK Kustošija. Een bizar bedrag voor dat niveau, maar Antwerp weet exact wat het doet.
Mejía genoot namelijk zijn opleiding bij Independiente del Valle, de befaamde Ecuadoraanse talentenfabriek waar destijds ook Willian Pacho werd gekneed. Nadat de 18-jarige flankaanvaller met zijn familie naar Europa emigreerde, belandde hij in de anonimiteit van het Kroatische lagere voetbal. Zijn vlijmscherpe techniek en tactische volwassenheid bleven op de radar van de Antwerpse scouts staan.
De komst van Mejía is bittere ernst. Na het vertrek van sterkhouders als Vincent Janssen en Gyrano Kerk, en het ontslag van trainer Joseph Oosting, snakt de kleedkamer naar herstel. Omdat het budget door Paul Gheysens is begrensd, zoekt de club bewust naar ongeslepen diamanten.
De spoeling op de flanken is momenteel flinterdun, waardoor de Ecuadoraanse tiener direct de kans krijgt om een basisplaats op te eisen naast landgenoot Anthony Valencia. De Bosuil kiest voor verjonging, en Mejía is daar het eerste, peperduur bewijsstuk van.