Anderlecht vraagt een slordige 25 miljoen euro voor
Nathan De Cat. Een marktconforme prijs in het hedendaagse voetbal, zou je denken, maar de realiteit is weerbarstiger. Deze torenhoge vraagprijs schrikt de ene na de andere club af, zo weet het Portugese
Leonino.
Zo heeft het Portugese Sporting CP de interesse inmiddels in de koelkast gestoken; in Lissabon vindt men de middenvelder simpelweg te duur. Potentiële kopers haken af omdat De Cats adelbrieven, zo speelde hij nog nooit Europees groepsvoetbal, in schril contrast staan met zijn prijskaartje.
De oorzaak van deze patstelling ligt ironisch genoeg bij Anderlecht zelf. De club werd verrast door de stormachtige ontwikkeling van het goudhaantje en schoot veel te laat in actie voor een contractverlenging.
Omdat een akkoord uitbleef, gaat De Cat weldra zijn allerlaatste contractjaar in. Vanaf januari mag hij gratis praten met andere clubs, waardoor Paars-Wit deze zomer móét meewerken aan een transfer om te vermijden dat hij volgend jaar gratis de deur uitwandelt.
En dus stevent het dossier af op een snelle ontknoping, ondanks de krimpende lijst aan gegadigden. Het is een bittere pil voor de fans: in een ideale wereld was De Cat komend seizoen de grote smaakmaker in het Astridpark geweest.
Tijdens het afgelopen rampseizoen was hij immers een van de weinige lichtpunten in de sportieve malaise. Nu rest Anderlecht enkel nog de hoop dat een club wél bereid is de Brusselse miljoenenprijs te betalen.