De stilte na de wedstrijd sprak boekdelen in het Stade Louis II. Waar AS Monaco eind november nog champagnevoetbal speelde tegen PSG, blijft er vandaag vooral twijfel over. De nederlaag tegen Olympique Lyon (1-3) kwam hard aan en vergroot de druk op de schouders van Sébastien Pocognoli aanzienlijk.
De overwinning tegen Paris Saint-Germain leek het startschot van een ommekeer, maar achteraf bleek het vooral een uitschieter. Sindsdien sprokkelde Monaco amper drie punten op zeven wedstrijden. Met een 3 op 21 is de ploeg weggezakt naar een anonieme negende plaats in de Ligue 1, ver onder de ambities van de clubleiding.
Franse media zoals
L’Équipe en
RMC Sport wijzen erop dat Monaco opnieuw dezelfde kwaal vertoont als vorig seizoen: veel balbezit, weinig controle, en defensieve fouten op sleutelmomenten. Tegen Olympique Lyon werd dat pijnlijk zichtbaar.
Rode kaart als breekpunt
Sportief liep het zaterdag al mis na rust. Mamadou Coulibaly had Monaco nog naast Lyon gebracht, maar veranderde even later van held in antiheld. Zijn zware overtreding op Nicolás Tagliafico leverde een onvermijdelijke donkerrode kaart op. Met tien man zakte Monaco volledig door het ijs en kon Lyon de wedstrijd rustig controleren.
Pocognoli onder vergrootglas
Officieel houdt algemeen directeur Thiago Scuro de boot af. Hij benadrukte dat “rust en stabiliteit” belangrijk blijven. Achter de schermen klinkt echter een ander verhaal. Volgens
Le Parisien en
Foot Mercato groeit het ongeduld bij de clubleiding, zeker omdat Monaco de Europese plaatsen dreigt mis te lopen.