Het was jarenlang het gesprek van de dag in het Lotto Park: de invloed van
Wouter Vandenhaute. Maar terwijl
Anderlecht zich opmaakt voor een cruciale bekerfinale tegen Union, blijkt de voormalige sterke man definitief een stap opzij te hebben gezet. Geen rancune, geen bemoeienis, maar een volledige focus op de toekomst van de club — zonder hemzelf in de cockpit.
Voor Vandenhaute voelt de huidige sportieve heropstanding van Paars-Wit niet als een nederlaag, maar als een bevestiging. De ploeg die onder zijn bewind werd samengesteld door sportief directeur Olivier Renard, strijdt nu opnieuw om de knikkers. Dat Anderlecht in de finale staat, ziet hij als het bewijs dat de fundamenten die hij legde, solide waren. Tegen Union wacht een zware dobber, maar in de entourage van Vandenhaute klinkt het optimistisch: "Het is geen mission impossible."
Wat het huidige RSCA-bestuur enorm heeft gewaardeerd, is de discrete manier waarop Vandenhaute zijn vertrek heeft afgehandeld. Hij trok zich niet alleen terug uit de Raad van Bestuur, maar verkocht ook al zijn aandelen bij investeerdersgroep Mauvavie aan zijn zakenpartner Geert Duyck.
Zijn filosofie daarbij was simpel maar veelzeggend: "J’aime construire, pas détruire" (Ik houd van opbouwen, niet van afbreken). Vandenhaute wilde de club die hem nauw aan het hart ligt niet gijzelen, maar de ruimte geven om onder een nieuwe wind te groeien.
Hoewel zijn compagnon en Flanders Classics-CEO Tomas Van Den Spiegel Mauvavie nog steeds vertegenwoordigt in de paars-witte bestuursraad, is van "schaduwbestuur" geen sprake. Onlangs trokken de twee nog zes dagen naar Benidorm voor de Wereldbeker veldrijden. Wie dacht dat daar de strategie voor Anderlecht werd uitgetekend, heeft het mis. Tijdens hun fietstochten in de Spaanse zon werd er volgens ingewijden amper over voetbal gesproken. "Wouter heeft Anderlecht volledig losgelaten", klinkt het bij diegenen die hem goed kennen.