De discussie rond de ambities van
Anderlecht laait opnieuw op na de nederlaag tegen Club Brugge. Volgens
Hein Vanhaezebrouck is het tijd om de verwachtingen bij te stellen en realistischer te kijken naar wat momenteel haalbaar is.
Vanhaezebrouck spaart in
Het Nieuwsblad de kritiek niet wanneer het over de prestatie in Brugge gaat. “Ach, het was gewoon bij de gratie van Club dat Anderlecht iets heeft kunnen doen.” Daarmee maakt hij duidelijk dat hij weinig waarde hecht aan de momenten waarop paars-wit toch gevaarlijk kon zijn.
Ook de algemene ambitie van de club wordt volgens hem te hoog ingeschat. “Anderlecht moet derde worden, zeiden ze. In godsnaam, het staat zesde hè, en dat in een jaar zonder Europees voetbal.” Hij wijst daarbij op de feiten. “De afstand met de derde is zeven punten, 6,5 om juist te zijn.” Voor hem is de conclusie helder. “Ik zou pleiten voor wat meer bescheidenheid, want dat zorgt meestal ook voor resultaten.”
Volgens Vanhaezebrouck is het verschil met de top bovendien duidelijk zichtbaar op het veld. “Sorry, maar het klassenverschil tussen die twee is gewoon veel te groot.” Hij benadrukt dat Anderlecht andere accenten moet leggen om competitief te blijven. “Anderlecht moet naar Brugge gaan met het mes tussen de tanden en het gebrek aan kwaliteit compenseren met meer inzet, meer lopen, meer werken, meer duels proberen te winnen, desnoods meer overtredingen maken.”
"Vierde plaats moet de ambitie zijn"
De statistieken ondersteunen volgens hem die analyse. Vooral buitenshuis laat Anderlecht het afweten. “Als je alleen naar de uitwedstrijden in de reguliere competitie kijkt, staat Anderlecht twaalfde.”
Tot slot tempert hij ook de hoop op een late remonte. “Dat wil zeggen dat je die resultaten niet zomaar gaat omdraaien en vijf wedstrijden, thuis en uit, op rij gaat winnen.” Zijn conclusie is dan ook duidelijk. “Het is al langer dat ik zeg dat de ambitie van Anderlecht de vierde plaats moet zijn. Veel hoger moet het echt niet mikken.”