Bij
Union Saint-Gilloise dromen ze niet langer alleen van sportieve groei. Achter de schermen ligt al maanden een veel groter project op tafel: een volledig nieuw stadion dat de Brusselse club definitief uit het verouderde Joseph Marienstadion moet halen. Alleen beseffen ze in het Dudenpark maar al te goed dat dromen in België vaak botsen op vergunningen, procedures en bezwaren.
Dat Union intussen sportief meedraait aan de top, maakt de timing opvallend. Terwijl de club opnieuw richting Champions League lonkt, groeit tegelijk de druk om ook infrastructureel een volgende stap te zetten. Europese wedstrijden in het eigen stadion lijken immers nog altijd een verre droom.
Niet blind voor tegenstand
Volgens CEO Philippe Bormans, die bij La Dernière Heure een update gaf over het dossier, houdt Union rekening met een moeilijk traject. De vergunningsaanvraag ligt op tafel, maar binnen de club leeft weinig naïviteit over wat nog volgt.
“We zijn nog lang niet de finish, maar het is een stap vooruit”, klinkt het. Daarbij beseft de clubleiding dat klachten en juridische procedures haast onvermijdelijk lijken. In Brussel verlopen grote stadionprojecten zelden zonder slag of stoot.
Toch overheerst voorlopig voorzichtig optimisme. Union werkte de voorbije maanden intensief samen met administraties en experten om het dossier juridisch sterker te maken. Bormans heeft naar eigen zeggen het gevoel dat de club met een stevig fundament richting de regionale overheid trekt.
Opvallend is ook het financiële plaatje. Union verwacht een aanzienlijk deel van de investering — goed voor zo’n 100 miljoen euro — zelf te dragen dankzij de sportieve successen van de voorbije jaren. Externe investeerders lijken voorlopig niet nodig, al rekent de club mogelijk wel op banksteun.