Club Brugge mag zich dan wel de sportieve en financiële marktleider van België noemen, de honger in het Jan Breydelstadion is nog lang niet gestild. Terwijl de juridische strijd rond het nieuwe stadion voortduurt, opent Blauw-Zwart nu een tweede front: een gigantisch, gecentraliseerd jeugdcomplex dat de toekomst van de club moet betonneren.
Wie vandaag de sterren van morgen bij Club Brugge wil zien trainen, moet over een goede gps beschikken. De jeugdploegen van Club NXT zitten momenteel verspreid over verschillende locaties: van 'The Nest' in Roeselare tot de velden naast het huidige Jan Breydelstadion en het luxueuze Basecamp in Knokke-Heist. Aan die versnippering wil het bestuur nu definitief een einde maken.
Het doel van Club Brugge is glashelder: een splinternieuwe site waar élk jeugdteam, van de jongste talenten tot de beloftevolle U18, samen traint en leeft. Volgens Het Laatste Nieuws is deze centralisatie de volgende cruciale stap om de kloof met de Europese subtop te dichten. De oefenterreinen op de Olympiasite zullen immers verdwijnen zodra de bouw van het nieuwe stadion start, waardoor een nieuwe thuisbasis voor de jeugd geen luxe, maar een bittere noodzaak is.
De grote vraag is: waar komt dit nieuwe 'Talent Center'? De absolute voorkeur van Club Brugge ligt op Brugs grondgebied. De club voert momenteel koortsachtige gesprekken met het stadsbestuur om een geschikte locatie te vinden. Toch houdt Blauw-Zwart een slag om de arm. De herinnering aan het Belfius Basecamp — het oefencomplex van de A-kern dat noodgedwongen in Knokke-Heist werd neergepoot — ligt nog vers in het geheugen. Indien Brugge geen oplossing biedt, kijkt Club zonder aarzelen over de gemeentegrenzen heen.
Opvallend is de timing: Club Brugge wil het nieuwe jeugdcomplex bij voorkeur gelijktijdig met het nieuwe stadion optrekken. Het laat zien dat de clubleiding niet langer wacht op individuele vergunningen, maar werkt aan een totaalvisie. Door de werking van Club NXT te professionaliseren met eigen, moderne infrastructuur, hoopt de club de afhankelijkheid van dure buitenlandse transfers te verkleinen en de eigen kweek nog sneller naar de hoofdmacht te loodsen.