Heel veel stadions in België zijn verouderd en het verkrijgen van een vergunning in ons land duurt vaak erg lang. Er zijn nochtans heel wat Belgische profclubs die een nieuw stadion of nieuwe trainingsinfrastructuur willen bouwen, zo blijkt uit informatie van Het Nieuwsblad.
Clubs geven momenteel dubbel zoveel uit aan beton en bakstenen dan aan nieuwe spelers. Waar vroeger de transfermarkt het gesprek van de dag was, draait het nu om trainingscomplexen en hypermoderne academies.
Racing Genk volgt voorbeeld van Club
De grote inspiratiebron voor deze transitie is het Basecamp van Club Brugge. Bart Verhaeghe was de trendsetter door topsportfaciliteiten, medische staf en de jeugdopleiding onder één dak te brengen. Clubs als
KRC Genk (met het nieuwe H. Essers Training Center van 20 miljoen euro) en Cercle Brugge volgen dat voorbeeld nu op de voet.
Er zit een slim businessmodel achter deze 'bouwdrift'. Eigen jeugd is immers de goedkoopste weg naar succes. "Je betaalt geen transfersom voor spelers die je zelf opleidt. En je kan nog geld aan hen verdienen ook, want je kan ze verkopen. Zo betaalt die investering in het oefencomplex zichzelf terug", aldus sporteconoom Wim Lagae van de KU Leuven tegen
Het Nieuwsblad.
Grote bedragen in traingscentra
Hoewel de grote bedragen naar nieuwe stadions gaan — denk aan de plannen van Union, Charleroi en Club Brugge die elk tussen de 70 en 100 miljoen euro kosten — zit de échte beweging in de trainingscentra. Zelfs kleinere clubs of ploegen uit de Challenger Pro League doen mee. Lommel SK nam onlangs een complex van 9 miljoen euro in gebruik, een bedrag dat gelijkstaat aan hun volledige jaaromzet.