De penaltyfase in het duel tussen STVV en
Club Brugge blijft nazinderen, maar volgens
Serge Gumienny ligt de kern van het probleem niet bij de scheidsrechter. De voormalige toparbiter wijst vooral naar de interpretatie van het reglement rond hands.
“De arm van Vanwesemael was weg van het lichaam, wat in deze fase de beslissende factor was”, stelt Gumienny in Het Belang van Limburg. Daarmee verwijst hij naar het cruciale moment waarop de bal tegen de arm van de verdediger kwam, wat uiteindelijk leidde tot een strafschop voor Club Brugge.
Toch benadrukt hij dat de situatie allesbehalve zwart-wit is. “Van vrijwillig handspel was geen sprake, de speler stond zelfs met zijn rug naar de bal. Dan stel ik me de vraag hoe spelers het best een luchtduel kunnen aangaan in de eigen zestien. Met de armen gestrekt naast het lichaam als pinguïns?”
De evolutie van de regels speelt daarin een grote rol. “Vroeger werd dit nooit gefloten, maar onder de nieuwe regels voor handsbal zien we dit soort strafschoppen wel vaker. Kijk maar naar die van Gent op RSC Anderlecht”, aldus de ex-scheidsrechter.
Het probleem ligt dieper
Volgens Gumienny zit het probleem dus dieper dan één beslissing. Hij wijst erop dat de scheidsrechter in deze fase weinig te verwijten valt, aangezien die simpelweg het huidige reglement toepast. Dat zorgt echter voor frustratie bij ploegen die zich benadeeld voelen door dit soort beslissingen.
“Het is pijnlijk voor STVV dat ze vorige week een overduidelijke strafschop niet kregen en dat een twijfelgeval nu wél wordt gefloten tegen hen. Het verschil is dat je de ref deze keer niets kan verwijten. Dit is geen kwestie van interpretatie, maar een probleem van het reglement. Als we dit soort lichte strafschoppen eruit willen, moeten we terug naar de oude handsregels”, besluit Gumienny.