Club Brugge heeft deze winter een duidelijk signaal gestuurd naar de concurrentie: de titel is belangrijker dan de bankrekening. In een onthullend gesprek met
Het Laatste Nieuws geeft Director of Football Dévy Rigaux toe dat Blauw-Zwart een monsterbod van 40 miljoen euro op Joël Ordóñez (21) resoluut naar de prullenbak heeft verwezen.
In de voetbalwereld is het bijna een wet: als een Premier League-club met tientallen miljoenen zwaait, dan plooit de Belgische club. Maar niet dit jaar in Jan Breydel. Club Brugge hield de rangen gesloten en weigerde zijn sterkhouders te laten vertrekken, ondanks concrete interesse uit de grootste competitie ter wereld.
Analist Marc Degryse onthulde tijdens het interview dat het Crystal Palace was dat bereid was om diep in de buidel te tasten voor de Ecuadoraanse verdediger. Rigaux bevestigt dat het bod er lag, maar dat er zelfs niet over onderhandeld werd. "Er was een Premier League-club die 40 miljoen euro wou geven voor Ordóñez. Zonder dat we zelfs hoefden te onderhandelen. Maar Joël mag hoger mikken. Als hij straks een goed WK speelt...", aldus Rigaux.
Naast Ordóñez bleven ook sterkhouders als Raphael Onyedika, Christos Tzolis en goudhaantje Nicolo Tresoldi aan boord. Volgens Rigaux was dit een bewuste keuze om de sportieve ambities kracht bij te zetten. Een verkoop van een sleutelspeler tijdens de winterstop zou volgens hem een verkeerd signaal zijn geweest naar de rest van de ploeg. "Tijdens de winterstop het signaal geven aan je kleedkamer dat je een sleutelspeler verkoopt, is per definitie zeggen dat je het geld boven de titel verkiest."
Door Ordóñez te houden, gokt Club Brugge op een nog grotere jackpot in de toekomst. Met een contract tot 2028 en zijn status als basisspeler bij Ecuador, lijkt de weg naar een Belgisch transferrecord open te liggen. De boodschap is duidelijk: wie de verdediger wil, zal komende zomer nog dieper in de buidel moeten tasten dan de 40 miljoen die Palace bood.