Na decennia van juridisch getouwtrek en procedurefouten lijkt er eindelijk een doorbraak in de maak voor het nieuwe stadion van
Club Brugge. CEO
Bob Madou steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken: "We zijn financieel klaar om snel te schakelen."
Het Jan Breydelstadion is al jaren "op", maar de weg naar een nieuwe voetbaltempel bleek geplaveid met hindernissen. Toch gloort er licht aan de tunnel. Na een positief signaal van de Raad van State, wacht Blauw-Zwart nu op de allerlaatste horde: de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
De laatste klacht
In een interview met Het Nieuwsblad blikt Madou vooruit op de komende maanden. De club hoopt dat de laatste juridische knoop snel wordt doorgehakt. "We hopen dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen die ene klacht tegen onze vergunning de komende maanden behandelt. Als die uitkomst positief is, staat niets ons in de weg om zo snel mogelijk te beginnen met bouwen", zegt Madou.
Thuis voor dertig jaar
Wanneer de eerste spadesteek precies de grond in gaat, durft Madou nog niet te zeggen, maar de club staat in de startblokken. De plannen zijn niet alleen een zegen voor de fans, maar ook essentieel voor de sportieve en commerciële groei van de Belgische landskampioen. "Ik pin me niet vast op data, maar we zijn erop voorbereid, ook financieel, om snel te kunnen schakelen. Lukt dat, dan hebben we een thuis voor minstens dertig jaar en zetten we enorme stappen, zelfs Europees."
Volgens Madou gaat het om meer dan alleen een nieuw gebouw; het is een overlevingskwestie om de aansluiting met de Europese subtop te behouden. "Een nieuw stadion: dat zou een mijlpaal zijn in onze geschiedenis", besluit de CEO op een vrolijke noot.