Het nieuwe stadion van
Club Brugge is nog altijd niet helemaal uit de juridische gevarenzone. Zes buurtbewoners zetten hun verzet voort en dienen cassatieberoep in bij de Raad van State. Daarmee gebruiken ze het laatste juridische middel dat hen nog rest.
De tegenstanders leggen zich niet neer bij de beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 9 juli. Die verwierp het beroep van de oorspronkelijke groep van twintig buurtbewoners, waardoor Club Brugge groen licht kreeg om met de bouw op de Olympiasite te starten.
Volgens Toon Van Moerbeke, een van de bekendste tegenstanders, draait het verzet vooral om de mobiliteit rond het stadion. Hij benadrukt dat hij niet gekant is tegen een nieuw stadion voor Club Brugge, maar wel grote vragen heeft bij de manier waarop het project wordt georganiseerd. “Dit is het laatste rechtsmiddel en dat gaan we ook gebruiken”, klinkt het bij Van Moerbeke in
Het Laatste Nieuws.
De procedure kan volgens hem nog minstens anderhalf jaar aanslepen. Opvallend is dat het cassatieberoep de bouw niet automatisch stillegt. Club Brugge zou dus al kunnen beginnen bouwen terwijl de juridische strijd nog loopt.
Precies daarin ziet Van Moerbeke een groot risico voor de club. Als de tegenstanders uiteindelijk gelijk krijgen, zou volgens hem zelfs een afbraakscenario kunnen ontstaan. “Straks moeten ze twee stadions afbreken, gaan ze dat risico nemen?”
Ook de kostprijs speelt een rol. Een cassatieprocedure zou volgens Van Moerbeke tussen 30.000 en 50.000 euro kosten, waardoor veel buurtbewoners afhaakten. De zes overblijvers willen hun strijd nu echter voortzetten.