De geplande competitiehervorming in het Belgische voetbal dreigt in zwaar vaarwater terecht te komen. Wat begon als een aanpassing op het niveau van de profclubs, blijkt nu een kettingreactie te veroorzaken die tot diep in het amateurvoetbal reikt, zo weet Het Laatste Nieuws.
Centraal in het probleem staat de regeling rond de U23-teams. Die beloftenploegen van topclubs kregen eerder een quasi vaste plaats in tweede klasse, maar dat systeem botst volgens de Belgische Mededingingsautoriteit op de regels. Zonder aanpassing riskeren de profclubs een boete die kan oplopen tot 12 miljoen euro per jaar.
Om dat scenario te vermijden, werd een nieuw voorstel goedgekeurd binnen de Pro League. Daarbij zouden voortaan de twee laagst geklasseerde ploegen degraderen, ongeacht hun statuut. Toch blijft er een belangrijke nuance: zakt een U23-team, dan wordt het vervangen door een andere beloftenploeg. Op papier lijkt dat een compromis, maar net daar wringt het schoentje.
De impact op de lagere reeksen blijkt namelijk aanzienlijk. Door die constructie daalt de kans dat kampioenen uit het amateurvoetbal effectief kunnen doorstromen naar hogere niveaus. In bepaalde scenario’s kan dat zelfs gevolgen hebben tot in de provinciale afdelingen, waardoor de hele piramide van het Belgische voetbal onder druk komt te staan.
Bij Voetbal Vlaanderen zien ze dat als een fundamenteel probleem. Zij wijzen erop dat het systeem steeds complexer wordt en ingaat tegen de sportieve logica. Waar promotie en degradatie normaal bepaald worden op basis van prestaties, dreigt dat principe hier gedeeltelijk uitgehold te worden.
Het gevolg laat zich raden: zonder goedkeuring van de amateurvleugels kan de hervorming niet doorgaan. Intussen tikt de klok richting 30 juni. Als er geen oplossing komt, blijven de huidige regels gelden en hangt de financiële dreiging boven het hoofd van de profclubs.