AA Gent lijkt dit seizoen te worstelen met meer dan alleen sportieve grilligheid. Onder de oppervlakte sluimert iets dat moeilijker te benoemen valt, maar wel zichtbaar wordt op cruciale momenten. Dat gevoel wordt nu ook scherp verwoord door
Wim De Coninck, die zich in
Het Nieuwsblad opvallend kritisch uitlaat.
Wat hem vooral opvalt, is hoe snel de ploeg zichzelf lijkt gerust te stellen. “Ik vind dat ze wel heel erg snel tevreden zijn, wanneer het een beetje goed loopt.” Volgens De Coninck schuilt daar een gevaar in. Want net op momenten waarop scherpte nodig is, lijkt Gent gas terug te nemen. Dat vertaalt zich niet alleen in wisselvallige prestaties, maar ook in een gebrek aan dominantie.
Daar tegenover plaatst hij het recente optreden van KV Mechelen, dat volgens hem op een hoger niveau acteerde. “Als je analyseert hoe Malinwa voetbalde, was dat puur kwalitatief van een hoger niveau.” Voor De Coninck kwam dat niet als een verrassing, maar het contrast met Gent was volgens hem wel pijnlijk duidelijk.
Toch zit de kern van het probleem volgens hem dieper. Hij ziet een ploeg die moeite heeft om wedstrijden te controleren, zelfs wanneer ze op voorsprong komen. “Het is precies alsof telkens wanneer AA Gent op voorsprong komt, er een bepaalde vorm van angst toeslaat.” Die mentale kwetsbaarheid weegt zwaar door, zeker voor een ploeg die zich wel gewoon wist te plaatsen voor Play-off 1.
De Coninck ziet nog meer problemen
Een sluitende verklaring heeft hij zelf ook niet meteen klaar. “Faalangst? Misschien kun je het zo omschrijven”, klinkt het. Maar tegelijk wijst hij erop dat een topzesplaats ook kwaliteit en vertrouwen zou moeten uitstralen. Net dat ontbreekt volgens hem te vaak in de Gentse ploeg.
Tot slot merkt De Coninck ook een gebrek aan persoonlijkheden op binnen de kleedkamer. Spelers die het verschil maken op moeilijke momenten, lijken er momenteel niet voldoende te zijn. En zelfs individueel zag hij signalen die hem zorgen baren. “Zo zag ik onder meer Kadri sukkelen, terwijl het tempo van de match nu ook weer niet zo hoog lag.”