Een uur eerder liep hij nog zichtbaar ontspannen rond, glimlachend, babbelend en hoopvol richting een avond die eindelijk een ommekeer moest worden. Maar kort na het laatste fluitsignaal verliet
Marc Coucke ontgoocheld het Koning Boudewijnstadion. Geen reactie, geen uitleg, geen woorden. Alleen teleurstelling.
Voor de eigenaar van
Anderlecht werd de verloren bekerfinale tegen Union SG alweer een pijnlijke déjà vu. Anderlecht ging na verlengingen met 3-1 onderuit, en daarmee stapelde zich nog een frustrerend hoofdstuk op in het Coucke-tijdperk.
Opvallend: sinds Coucke in 2017 aan het roer kwam bij Anderlecht, verloor paars-wit inmiddels al drie bekerfinales. Eerst tegen KV Mechelen in 2019, daarna tegen Club Brugge KV in 2025, en nu dus opnieuw tegen Union. De trofee die telkens een nieuw begin moest inluiden, veranderde keer op keer in een nieuwe dreun.
Voor een club die ooit bijna vanzelfsprekend prijzen pakte, begint het stilaan historisch ongemakkelijk te worden. Anderlecht wacht intussen al bijna tien jaar op een grote trofee — een ongeziene droogte voor de Belgische recordkampioen.
Nochtans leek deze bekerfinale hét moment om eindelijk iets te keren. Met een vernieuwde bestuursstructuur, nieuwe sportieve mensen aan boord en een zomermercato die voor verandering moet zorgen, leefde het gevoel dat dit een symbolische namiddag kon worden.