Anderlecht heeft deze zomer opvallend veel financiële slagkracht getoond. Met 28,6 miljoen euro aan inkomende transfers is de club dicht bij het record uit 2018 gekomen. Dat roept vooral één vraag op: waarom kon sportief directeur Antoine Sibierski deze keer wél zo diep in de buidel tasten?
Een belangrijk antwoord ligt bij de inkomsten uit uitgaande transfers, zo weet
Het Laatste Nieuws. Anderlecht zag deze zomer ongeveer 65 miljoen euro binnenkomen. Daarbovenop kwam de verplichte aankoop van Jan-Carlo Simic, goed voor nog eens 15 miljoen euro. Ook de zekerheid van Europees voetbal, met deelname aan de Europa League, zorgt voor extra financiële ademruimte.
Maar geld alleen verklaart niet waarom Sibierski zoveel vertrouwen kreeg. Het nieuwe sportieve management geniet duidelijk krediet bij eigenaar Marc Coucke, voorzitter Michael Verschueren en CEO Kenneth Bornauw. Sibierski wist dat vertrouwen om te zetten in een zeer actieve mercato.
De Fransman haalde onder meer Romeo Amane voor 6,5 miljoen euro, Lukas Ambros voor 5 miljoen en Oliver Antman voor 4,5 miljoen. In totaal kwamen elf spelers naar het Lotto Park.
Daarmee neemt ook de druk toe. Anderlecht heeft in het verleden regelmatig moeite gehad met transfers boven vijf miljoen euro. Namen als Nicolae Stanciu, Bubacarr Sanneh, Michel Vlap en Sven Kums illustreren dat.
Amane krijgt nu de kans om die geschiedenis te veranderen. De Ivoriaan is duur, maar het vertrouwen in Sibierski is groot. Nu moet trainer Vítor Bruno bewijzen dat de miljoenen ook sportief renderen.