Noa Lang is na zijn sterke invalbeurt bij
Oranje bijzonder kritisch voor zichzelf. De voormalige aanvaller van Club Brugge erkent dat hij het voorbije jaar is blijven stilstaan. “Als ik heel eerlijk ben, sta ik gewoon al een jaar lang stil in mijn ontwikkeling”, zegt de 27-jarige aanvaller in
VI.
Lang viel donderdagavond in de rust in tegen Griekenland, toen Nederland tegen een 2-0-achterstand aankeek. Hij scoorde niet en gaf geen assist, maar was met zijn acties wel een plaaggeest voor de Griekse defensie. Oranje sleepte er uiteindelijk nog een 2-2 uit.
Bij
Napoli is Lang veel vaker wisselspeler dan hem lief is. Onder Antonio Conte en Massimiliano Allegri speelde hij weinig, en ook zijn verhuurperiode bij Galatasaray verliep met wisselend succes. In de eerste vijf duels van dit seizoen stond hij volgens VI nog geen enkele keer langer dan een uur op het veld. Op het WK 2026 kwam hij slechts zeven minuten in actie. “Tegenwoordig ben ik het wel gewend om invaller te zijn”, klinkt het licht cynisch.
De achttienvoudig international bedoelt het niet als aanklacht. “Dat zoek ik zeker ook bij mezelf. Het zijn keuzes van de trainer, maar ik moet het zelf laten zien. Ik heb in mijn ogen veel te weinig interlands achter mijn naam. Dat knaagt aan me.”
Over zijn rol is Lang duidelijk. “Ik kwam erin om creativiteit, flair en lef te brengen. Dat kan ik ook goed”, zegt hij. “Zoals ik vandaag inviel, zo moet het altijd zijn. Dan gaat de trainer me vanzelf vaker gebruiken.” In de Nations League neemt Oranje het in de groepsfase nog op tegen Duitsland en Servië. Daar moet blijken of Lang zijn kans krijgt.