De irritatie van
Kevin De Bruyne tijdens de eerste helft tegen Mexico bleef niet onopgemerkt. Volgens
Marc Degryse zat daar meer achter dan alleen het spelverloop. Degryse zag een De Bruyne die wel betrokken was, maar niet op zijn hoogste niveau speelde. “Er waren twee goeie mogelijkheden, twee keer was De Bruyne daarbij net niet precies genoeg.”
Hij benadrukt dat het niet om een gebrek aan kwaliteit gaat. “Ik moet niet uitleggen dat hij de kwaliteiten heeft om dat beter te doen, maar op die momenten zie je toch dat we nog niet met de allerbeste De Bruyne te maken hebben", klinkt het. Volgens Degryse voedde dat mee de frustratie bij de spelmaker.
Botsing met realiteit bij de Duivels
De ergernis van De Bruyne had volgens de analist ook te maken met wat er rondom hem gebeurde. “Samen met de gebrekkige opbouw van De Winter, Ngoy en Castagne", zegt Degryse.
De vergelijking met zijn clubvoetbal is snel gemaakt. “De Bruyne voetbalde bij City in een ploeg die niet liever had dan onder druk te worden gezet. Hij moet aanvaarden dat niet alle verdedigers die kwaliteiten hebben.”
“Frustratie is goed… maar”
Toch ziet Degryse ook een positieve kant. “Dat hij zich ergert, vind ik op zich niet slecht. Dat toont ook zijn engagement. Het ziet er echter soms natuurlijk nogal negatief uit. Ook voor jonge spelers kan dat binnenkomen.”
Degryse schuift daarom een alternatief naar voren. “Het zou een goeie zaak zijn als De Bruyne zijn onvrede iets minder expliciet toont. Dan kan hij een jonge ploegmaat beter even apart nemen en hem daar, zonder gebaren, wat bijsturen.”