Arthur Vermeeren kijkt zonder wrok terug op zijn korte passage bij Olympique Marseille. In een gesprek met
Het Laatste Nieuws wijst de 21-jarige middenvelder één moment aan als het keerpunt: een rode kaart.
Vermeeren verliet
Antwerp in januari 2024 voor 20 miljoen euro richting Atlético Madrid, waar hij nooit doorbrak. Zes maanden later volgde een uitleenbeurt aan RB Leipzig, dat hem definitief overnam en meteen doorschoof naar Marseille. Daar speelde de Belgische beloftenspeler (14 caps, 1 doelpunt) 26 wedstrijden, goed voor 1.211 minuten.
Na een behoorlijke start, met zes basisplaatsen in veertien duels, ging het op 4 januari 2026 mis tegen Nantes (0-2). "Ik was er nochtans goed begonnen. Tot die stomme rode kaart. Dat veranderde alles voor mij", klinkt het. "In de weken en maanden daarna speelde ik amper. Dat was moeilijk."
Ook de sneer van Roberto De Zerbi, die hem in oktober 2025 tegen Angers bij de rust naar de kant haalde en vond dat hij meer in de duels moest gaan, neemt Vermeeren de Italiaan niet kwalijk. "Hij bedoelde het niet gemeen. De Zerbi is gewoon heel imposant en direct", zegt hij. "De Zerbi gaf me veel vertrouwen, en als je zo'n fout maakt, moet je de gevolgen dragen."
Het gerucht over een handgemeen met Geoffrey Kondogbia op training, na de 0-3 tegen Club Brugge in de Champions League en de 2-2 tegen Paris FC, veegt hij van tafel. "Dat is volledig onwaar. De media hebben er een klucht van gemaakt", aldus Vermeeren. "Er waren stevige tackles en frustratie. Maar een gevecht? Helemaal niet."