KRC Genk boekte de voorbije vijf jaar het hoogste netto transferresultaat van de zes grootste Belgische clubs en eindigde daarmee wereldwijd op de zesde plaats. Dat blijkt uit een analyse van Het Nieuwsblad, waarop CEO
Peter Croonen nu reageert op LinkedIn.
Volgens de krant genereerden die zes clubs samen ongeveer 1,5 miljard euro aan transferinkomsten en 770 miljoen euro aan nettotransferwinst. "Daar zijn we erg trots op. Maar in het voetbal draait het natuurlijk om het winnen van wedstrijden, kampioenschappen en trofeeën. Ambitie in het voetbal vereist echter een duurzaam financieel model", klinkt het bij Croonen.
Op het veld kent Genk een wisselvallig seizoen, maar naast het veld blijft de Limburgse club stabiel. Croonen legt uit waarom: Belgische clubs kunnen qua media-inkomsten, commerciële schaalgrootte en transferbudgetten niet structureel concurreren met de grootste Europese competities. "Het Belgische voetbal kan de financiële wapenwedloop niet winnen. We moeten dus de ontwikkelingsstrijd winnen", stelt de CEO.
Die strijd voert Genk ook met infrastructuur. Volgens Croonen neemt de eerste ploeg volgende maand het nieuwe H.Essers Training Center in gebruik. "We willen dat KRC Genk internationaal nog aantrekkelijker wordt voor ambitieuze jonge spelers", aldus de CEO, die naast scouting en opleiding ook wijst op investeringen in data, technologie, herstel en prestaties.
De transfercijfers ziet hij vooral als een gevolg van die aanpak. "Het creëren van transferwaarde is een belangrijk resultaat van dat ontwikkelingsmodel, niet het doel op zich." Met de verhuis naar het nieuwe trainingscentrum moet Genk nu ook sportief stappen zetten richting wedstrijden, kampioenschappen en trofeeën.