Anderlecht en Genk hebben na vijf speeldagen nog geen duidelijke richting gevonden. Dat stelt Niels Poissonnier, chef voetbal van
Het Laatste Nieuws. Beide clubs staan met respectievelijk 7 en 8 op 15 in de middenmoot en moeten volgens hem snel constanter worden.
Poissonnier zag in de topper tussen beide ploegen voldoende voetbal, maar vooral ook dezelfde tekortkomingen. “Er lag genoeg ruimte om te voetballen, het momentum in de wedstrijd keerde meermaals en er waren voldoende kansen.” Alleen ontbrak het volgens hem in de zestien “al te vaak aan rust, beheersing, (trap)techniek en bijgevolg efficiëntie.”
Dat probleem is bij Anderlecht inmiddels duidelijk zichtbaar. Paars-wit scoorde amper drie keer in vijf competitiewedstrijden. Vítor Bruno houdt de moed erin: “Ik zou me meer zorgen maken als we géén kansen hadden gecreëerd. De doelpunten zullen wel komen. Of efficiëntie te trainen valt? Alles is trainbaar.”
Ook Genk overtuigt nog niet constant. Poissonnier noemt de Limburgers een ploeg die “voetballend nog te vaak warm en koud blaast.” Toch beschikt Genk volgens hem over genoeg kwaliteit, met Rafiu Durosinmi als opvallend voorbeeld. De spits maakte al vier doelpunten en “aarzelt niet, hoor, in de zestien.”
De komende weken worden daarom belangrijk. Anderlecht en Genk krijgen zware tegenstanders voorgeschoteld. Poissonnier waarschuwt: “Net daarom is consistentie nodig.”
En de tijd begint te dringen. “Bij de interlandbreak, op het einde van deze maand, niet meer.” Dan zal duidelijk zijn of het glas halfvol of halfleeg is.