Toen
Wesley Sonck (47) in 1997 als negentienjarige plotseling kwam bovendrijven in de A-kern van RWDM, wist hij diep vanbinnen al hoe de vork in de steel zat. "Het klinkt een beetje pocherig, maar ik was toen al beter dan de helft van de ploeg die daar speelde", blikt de analist terug in de podcast
Peter Van de Veire & De Zandloper. "Maar dat kon ik op dat moment natuurlijk niet zeggen."
Een jaar eerder kreeg de latere Gouden Schoen-winnaar immers nog te horen dat twee leeftijdsgenoten beter waren en wél hogerop mochten. Dit spiegelbeeld van miskenning ziet de ex-Rode Duivel nu exact terug bij zijn zeventienjarige zoon Ryan, die momenteel als middenvelder bij de jeugd van AA Gent voetbalt.
"Hij krijgt te horen dat hij niet goed genoeg is. Vaak heb ik het gevoel dat onze achternaam een nadeel is voor hem. Bij mijn zoon komen de dingen terug die bij mij ook altijd terugkwamen. Maar als ik die feedback hoor, denk ik: 'Jongen, dat is alleen maar brandstof voor later'", aldus Sonck.
Volgens Sonck, die zelf een laatbloeier was, blinken vroeg-mature talenten vaak vroeg uit, maar keert het tij nadien snel. Dat Ryan nu tegenwind krijgt, deert hem niet. Zolang de passie er is, steunt hij zijn zoon onvoorwaardelijk. "Als hij morgen wil stoppen en muziek wil maken, is dat geen probleem."
Voor een doorbraak in de harde voetbalwereld is er volgens Wesley immers maar één ding cruciaal: "Er zijn altijd mensen nodig die in je moeten geloven voordat je effectief die stap hoger kan zetten."